Ga door naar hoofdinhoud

Wiki met studentenbijdrage

Een geweldig team van studenten van ons onderwijsprogramma heeft deze wiki gemaakt.

Drone gaat niet aan

De indicatielampen van de drone branden niet en de drone reageert niet.

Aan-uitknop staat niet aan

Zorg ervoor dat de aan-uitknop van de drone in de stand ON (aan) staat.

Accupack is niet aangesloten

Als het accupack niet of slecht is aangesloten, zal de drone niet inschakelen.

Om te controleren of het accupack goed is aangesloten:

  1. Open het accuvak van de Dronium III.
  2. Verwijder de accu en koppel deze los als deze geïnstalleerd is. (Sla deze stap over als er geen accupack is geïnstalleerd.)
  3. Sluit de (kabel)aansluiting van het accupack aan op de (kabel)aansluiting van de drone en let daarbij op de juiste richting.
  4. Zorg dat de verbinding goed en stevig vastzit.
  5. Plaats het accupack in het accuvak.
  6. Sluit het accuvak.

Accupack is leeg/onvoldoende opgeladen

Als het accupack leeg of onvoldoende opgeladen is, heeft de drone niet genoeg stroom om te reageren of om de indicatielampen te laten branden.

Om het accupack op te laden:

  1. Open het accuvak van de Dronium III.
  2. Verwijder de accu en koppel deze los als deze geïnstalleerd is. (Sla deze stap over als er geen accupack is geïnstalleerd.)
  3. Sluit de (kabel)aansluiting van het accupack aan op de (kabel)aansluiting van de acculader en let daarbij op de juiste richting.
  4. Zorg dat de verbinding goed en stevig vastzit.
  5. Sluit de lader aan op een USB-poort.

Het indicatielampje van de acculader blijft uit tijdens het laden, maar zal gaan branden wanneer het accupack volledig is opgeladen.

Controller gaat niet aan

Het rode indicatielampje brandt niet en de controller reageert niet.

Aan-uitknop staat niet aan

Zorg ervoor dat de aan-uitknop van de controller in de stand ON (aan) staat.

Controllerbatterijen zijn niet goed geplaatst of ontbreken

Als de batterijen in de controller ontbreken of niet goed zijn geplaatst, krijgt de controller geen stroom.

Om batterijen in de controller te plaatsen:

  1. Verwijder het klepje van het batterijvak van de controller met een kruiskopschroevendraaier.
  2. Verwijder de batterijen uit het vak. (Sla deze stap over als er geen batterijen zijn geïnstalleerd.)
  3. Plaats vier (4) 'AA'-batterijen in de juiste richting. (Een diagram van de juiste batterijrichting staat aan de binnenkant van het batterijvak van de controller.)
  4. Plaats het klepje van het batterijvak terug en draai de schroef vast met een kruiskopschroevendraaier.

Controllerbatterijen zijn leeg/onvoldoende opgeladen

Als de batterijen van de controller leeg of onvoldoende opgeladen zijn, heeft de controller niet genoeg stroom om te reageren of om de indicatielampen te laten branden.

Om lege of onvoldoende opgeladen batterijen te vervangen:

  1. Verwijder het klepje van het batterijvak van de controller met een kruiskopschroevendraaier.
  2. Verwijder de lege of onvoldoende opgeladen batterijen uit het vak.
  3. Plaats vier (4) nieuwe 'AA'-batterijen in de juiste richting. (Een diagram van de juiste batterijrichting staat aan de binnenkant van het batterijvak van de controller.)
  4. Plaats het klepje van het batterijvak terug en draai de schroef vast met een kruiskopschroevendraaier.

Controller maakt geen verbinding met de drone

De drone reageert niet op de controller.

Controller staat niet aan

Zorg ervoor dat de aan-uitknop van de controller in de stand ON (aan) staat.

  • Het rode indicatielampje zou moeten branden.
  • Als het rode indicatielampje niet brandt, volg dan het gedeelte Controller gaat niet aan in deze handleiding.

Drone staat niet aan

Zorg ervoor dat de aan-uitknop van de drone in de stand ON (aan) staat.

  • De lampjes op de drone moeten gaan branden en knipperen.
  • Als de lampjes op de drone niet gaan branden, volg dan het gedeelte Drone gaat niet aan in deze handleiding.
  • Als de lampjes op de drone wel branden maar niet knipperen, controleer dan of er geen andere controllers (inclusief WIFI-bediening via mobiele apparaten) aan staan en gesynchroniseerd zijn met de drone.

Drone is gesynchroniseerd met een andere controller

De drone kan slechts met één controller tegelijk worden gesynchroniseerd. De drone reageert alleen op de controller waarmee deze is gesynchroniseerd.

Om te controleren of een controller is gesynchroniseerd met de drone:

  • Kijk, wanneer de drone aan staat, of de lampjes op de drone constant branden of knipperen.
    • Als de lampjes op de drone knipperen, is de drone niet met een controller gesynchroniseerd.
    • Als de lampjes op de drone constant branden, is de drone gesynchroniseerd met een controller.

Om andere controllers te ontkoppelen van de drone:

  • Zet alle controllers uit totdat de lampjes op de drone beginnen te knipperen.
  • Schakel de besturingsinstelling uit op de WIFI-controller van het mobiele apparaat.
  • Als u de gesynchroniseerde controller niet kunt vinden, zet de drone dan tien (10) seconden uit en daarna weer aan.
    • De drone zou moeten resetten en de lampjes op de drone zouden moeten gaan knipperen.

Synchroniseer de controller met de drone

Een controller moet worden gesynchroniseerd met de drone om de drone te kunnen bedienen.

Om de controller met de drone te synchroniseren:

  1. Zet de Dronium III aan.
  2. Zet de controller aan.
  3. Zorg ervoor dat er geen andere controllers met de drone zijn gesynchroniseerd.
  4. Beweeg de gashendel (Throttle Control) op de controller naar voren en daarna direct naar de achterste stand.
  5. Laat de gashendel los zodat deze terugkeert naar de middelste stand.

Bij een juiste synchronisatie geeft de controller een piepsignaal en stoppen de lampjes op de drone met knipperen en blijven ze constant branden.

Drone stijgt niet op

Drone staat niet aan

Zorg ervoor dat de aan-uitknop van de drone in de stand ON (aan) staat.

  • De lampjes op de drone moeten gaan branden en knipperen.
  • Als de lampjes op de drone niet gaan branden, volg dan het gedeelte Drone gaat niet aan in deze handleiding.

Controller staat niet aan

Zorg ervoor dat de aan-uitknop van de controller in de stand ON (aan) staat.

  • Het rode indicatielampje zou moeten branden.
  • Als het rode indicatielampje niet brandt, volg dan het gedeelte Controller gaat niet aan in deze handleiding.

Controller is niet gesynchroniseerd met de drone

Om te controleren of een controller is gesynchroniseerd met de drone:

  • Kijk, wanneer de drone aan staat, of de lampjes op de drone constant branden of knipperen.
    • Als de lampjes op de drone knipperen, is de drone niet met een controller gesynchroniseerd.
    • Als de lampjes op de drone constant branden, is de drone gesynchroniseerd met een controller.
  • Als de drone niet met de controller is gesynchroniseerd, volg dan het gedeelte Controller maakt geen verbinding met de drone in deze handleiding en raadpleeg de stappen in Synchroniseer de controller met de drone.

Rotormotoren zijn niet geactiveerd

Om de rotormotoren te activeren:

  1. Zorg ervoor dat de drone en de controller aan staan en gesynchroniseerd zijn.
  2. Beweeg de gashendel (Throttle Control) en de stuurknuppel (Directional Control) naar rechtsonder (gashendel) en linksonder (stuurknuppel), naar de blauwe markeringen.
  3. Als dit correct is gedaan, geeft de controller een piepsignaal en beginnen de rotormotoren van de drone te draaien.

Accupack laadt niet op

Accupack niet goed aangesloten op de lader

Als het accupack niet goed is aangesloten, zal de USB-lader wel stroom leveren, maar zal het accupack geen stroom ontvangen.

Om te controleren of het accupack goed is aangesloten op de lader:

  1. Sluit de (kabel)aansluiting van het accupack aan op de (kabel)aansluiting van de acculader en let daarbij op de juiste richting.
  2. Zorg dat de verbinding goed en stevig vastzit.

USB-lader is niet goed aangesloten

Als de USB-lader niet goed is aangesloten op de USB-poort, krijgt de accu geen stroom.

Om te controleren of de USB-lader goed is aangesloten:

  1. Sluit het accupack aan op de acculader in de juiste richting.
  2. Sluit de USB-lader aan op een USB-poort in de juiste richting.
  3. Zorg ervoor dat de verbinding tussen de USB-lader en de USB-poort correct en stevig is.
  • Het indicatielampje van de acculader blijft uit tijdens het laden, maar zal gaan branden wanneer het accupack volledig is opgeladen.

Als al het andere goed functioneert, moet het accupack worden vervangen.

Raadpleeg voor het vervangen van het accupack de reparatiehandleiding Protocol Dronium III AP Battery Pack Replacement

Mobiel apparaat maakt geen verbinding

WIFI-netwerk van de drone niet gevonden

De drone zendt een eigen WIFI-signaal uit wanneer deze aan staat.

Om toegang te krijgen tot de WIFI van de drone:

  1. Open het WIFI-venster van het mobiele apparaat in de buurt.
    1. Als u het WIFI-netwerk niet ziet, sluit het WIFI-venster van uw apparaat dan en open het opnieuw.
    2. Als u het WIFI-netwerk nog steeds niet ziet, zet de drone dan uit, wacht één (1) minuut en zet de drone weer aan.
    3. Herhaal de stappen voor het openen van de WIFI van de drone.
  2. Selecteer het Dronium III WIFI-netwerk.

Drone staat niet aan

Zorg ervoor dat de aan-uitknop van de drone in de stand ON (aan) staat.

  • De lampjes op de drone moeten gaan branden en knipperen.
  • Als de lampjes op de drone niet gaan branden, volg dan het gedeelte Drone gaat niet aan in deze handleiding.
  • Als de lampjes op de drone wel branden maar niet knipperen, controleer dan of er geen andere controllers (inclusief WIFI-bediening via mobiele apparaten) aan staan en gesynchroniseerd zijn met de drone.

Zorg ervoor dat het accupack volledig is opgeladen en plaats het in de drone.

Verbinding met mobiel apparaat verbroken

Als de verbinding tussen het mobiele apparaat en de drone wordt verbroken, worden de camerabeelden en de gesynchroniseerde besturing beëindigd.

Om de verbinding tussen de drone en het mobiele apparaat te herstellen nadat de WIFI-verbinding is verbroken:

  1. Open het WIFI-venster van het mobiele apparaat in de buurt.
    1. Als u het WIFI-netwerk niet ziet, sluit het WIFI-venster van uw apparaat dan en open het opnieuw.
    2. Herhaal de stappen voor het openen van de WIFI van de drone.
  2. Selecteer het Dronium III WIFI-netwerk.

Om te voorkomen dat de WIFI-verbinding tussen de drone en het mobiele apparaat wordt verbroken:

  • Vlieg met de drone in gebieden met minimale obstakels die een vrij pad van het WIFI-signaal kunnen blokkeren.

Aanvullende reparatiehandleidingen

Steven Mooers

Lid sinds: 10/18/17

401 Reputatie

4 handleidingen geschreven

Team

UW Tacoma, Team S1-G1, Rose Fall 2017 Lid van UW Tacoma, Team S1-G1, Rose Fall 2017

UWT-ROSE-F17S1G1

4 Leden

48 handleidingen geschreven

6 opmerkingen

My drone will not start at all. I changed the batteries & charged the battery. What color will it be when it is fully charged? Help

Jacqueline Paupanekis - Antwoord Deel

Hi I'm in need of the part that the blade screws onto

Wincecarey - Antwoord Deel

Es que mi dron prende y después se apaga y tengo que hacerlo muchas vezes hasta que una la coge pero se me descarga la batería por ensenderlo tantas vezes y el WiFi no sirve en el dronium 3 porque cuando ya esta encendido abro la app y cuando ya la abro se me quita la internet del dronium y ya lo e echo con muchos dispositivos. Porfavor ayuda

David Alejandro - Antwoord Deel

What do I do if my drone connect but 5 seconds later Its starts flashing blue really fast and disconnects from the controller

mithaedias - Antwoord Deel

I can not find the android app for my protocol dronium lll ap

Rayna Lorraine - Antwoord Deel

Voeg opmerking toe

Weergavestatistieken:

Afgelopen 24 uren: 0

Afgelopen 7 dagen: 6

Afgelopen 30 dagen: 23

Altijd: 3,636