Medische apparatuur
Noch iFixit, noch deze reparatie-informatie worden onderschreven door of zijn gelieerd aan de fabrikant van de desbetreffende medische apparatuur.
Wiki met studentenbijdrage
Een geweldig team van studenten van ons onderwijsprogramma heeft deze wiki gemaakt.
Wateraccumulatie in flow-sensor
Tijdens het gebruik van actieve bevochtiging verzamelt zich water in de flow-sensor.
BELANGRIJK: Een defect in de externe flow-sensor is kritiek. Als de externe flow-sensor niet goed werkt, controleer dan de flow-sensor op overmatige afscheiding en/of wateraccumulatie.
LET OP: De flow-sensor kan aangesloten blijven tijdens transport.
De sensor is onjuist geplaatst
Zorg ervoor dat de flow-sensor in een hoek van ≥ 45° ten opzichte van de vloer is geplaatst. Overtollig water kan de metingen van de flow-sensor beïnvloeden en leiden tot onnauwkeurige volumeafgifte, wat mogelijk kan resulteren in hypoventilatie.
De luchtvochtigheid is te hoog
Controleer tijdens het gebruik de HAMILTON-H900 (bevochtiger die in combinatie met dit beademingstoestel wordt gebruikt) en zorg ervoor dat de luchtvochtigheid niet condenseert door deze in te stellen tussen 30% en 95%.
Meer informatie over de HAMILTON-H900:
++https://www.hamilton-medical.com/en_US...
Bij hoge luchtvochtigheid is het verwarmingselement niet ingeschakeld
Controleer de HAMILTON-H900 en zorg ervoor dat het verwarmde ademhalingscircuit functioneert. De expiratieklep wordt verwarmd om de kans op condensvorming in het expiratiegedeelte te verkleinen.
Voorkomen van toekomstige wateraccumulatie
- Om wateraccumulatie in de flow-sensor en slangen te voorkomen, plaatst u de slangen van de flow-sensor boven op de flow-sensor.
- Controleer regelmatig de waterafscheiders en de slangen van het ademhalingscircuit op wateraccumulatie. Leeg deze indien nodig.
Onjuiste datum en tijd
Het scherm van het beademingstoestel geeft niet de juiste datum en tijd weer.
BELANGRIJK: Zorg ervoor dat de datum en tijd correct zijn ingesteld, zodat de vermeldingen in het gebeurtenissenlogboek over de juiste tijd- en datumstempels beschikken.
De datum en tijd zijn niet ingesteld
De datum en tijd instellen:
1. Raak Systeem > Instellingen aan (Figuur 10-6).
2. Raak Datum & tijd aan.
3. Pas de dag en tijd aan en raak daarna Toepassen aan om de wijzigingen op te slaan.
Onjuiste datum en tijd opnieuw instellen
Volg de instructies voor het instellen van datum en tijd onder de subtitel: “De datum en tijd zijn niet ingesteld.”
Lekkage in het ademhalingscircuit van de patiënt
Er is een lek in de aansluiting van het ademhalingscircuit van het beademingstoestel naar de patiënt.
LET OP: Het ademhalingscircuit kan aangesloten blijven tijdens transport.
De aansluitingen van het ademhalingscircuit zitten niet strak genoeg
Voer de dichtheidstest van het ademhalingscircuit uit om het volgende te controleren:
1. Stel het beademingstoestel in voor beademing, inclusief ademhalingscircuit en flow-sensor.
2. Raak Systeem > Tests & kalibr. aan.
3. Raak Dichtheid aan. De tekst “Koppel patiënt los” wordt nu weergegeven.
4. Koppel het ademhalingscircuit los aan de patiëntzijde van de flow-sensor. Blokkeer de open zijde van de flow-sensor niet. De tekst “Maak patiëntsysteem dicht” wordt nu weergegeven.
5. Blokkeer de opening (het dragen van een handschoen wordt aanbevolen).
6. Sluit de patiënt aan.
7. Controleer wanneer de test voltooid is of er een vinkje in het selectievakje Dichtheid staat.
LET OP: Als u de dichtheidstest wilt annuleren terwijl deze nog bezig is, raakt u nogmaals Dichtheid aan.
Als de kalibratie mislukt, wordt er een rode X weergegeven in het selectievakje Flow-sensor.
Voer in het geval van een mislukte kalibratie de volgende controles uit en herhaal de kalibratie na elke stap totdat de kalibratie slaagt:
- Zorg ervoor dat de flow-sensor geschikt is voor de geselecteerde patiëntengroep.
- Controleer het ademhalingscircuit op een losse koppeling tussen het beademingstoestel en de flow-sensor, of op andere grote lekken (bijvoorbeeld ademhalingscircuit, bevochtiger).
- Controleer of de flow-sensor en de set van de expiratieklep goed geplaatst zijn.
- Vervang de flow-sensor als de kalibratie nog steeds mislukt.
- Vervang het membraan van de expiratieklep als de kalibratie nog steeds mislukt.
- Vervang de set van de expiratieklep als de kalibratie nog steeds mislukt.
- Als het probleem aanhoudt, laat het beademingstoestel dan onderhouden.
Het ademhalingscircuit is losgekoppeld
Controleer het ademhalingscircuit op een losse koppeling tussen het beademingstoestel en de flow-sensor. Sluit de onderdelen opnieuw aan indien nodig en kalibreer de flow-sensor. Voer de dichtheidstest uit (zie onder de subtitel “De aansluitingen van het ademhalingscircuit zitten niet strak genoeg”).
Voorkomen van toekomstige lekkage in het ademhalingscircuit
- Bij het schakelen tussen de patiëntengroepen Volw./Kind en Neonataal moet u de flow-sensor kalibreren en de dichtheidstest uitvoeren.
- Zorg ervoor dat alle onderdelen van de set van het ademhalingscircuit, inclusief maar niet beperkt tot de flow-sensor, bevochtiger en andere accessoires, overeenkomen met het beoogde gebruik voor de doelgroep van patiënten.
- Gebruik voor elke nieuwe patiënt altijd een nieuw of verwerkt ademhalingscircuit om kruisbesmetting te voorkomen. Controleer tijdens de beademing regelmatig het filter van het ademhalingscircuit op verhoogde weerstand en blokkades.
- Zorg ervoor dat er altijd een O2-sensor is geïnstalleerd, zelfs als u een externe monitor gebruikt of de zuurstofbewaking uitschakelt.
- Overschrijd bij het toevoegen van onderdelen aan de configuraties van het Hamilton Medical-ademhalingscircuit niet de waarden voor inspiratoire en expiratoire weerstand van het ademhalingssysteem van het beademingstoestel zoals gespecificeerd in Sectie 14.10 van de handleiding, zoals vereist door ISO 80601-2-12.
Losgekoppelde slang van de flow-sensor
De flow-sensor raakt los van de aansluitpoorten.
De verkeerde flow-sensor is aan de patiënt bevestigd
Er zijn twee typen flow-sensors: Volw./Kind en Neonataal. Het kan zijn dat u de verkeerde slang aan de Hamilton-C1 bevestigt. De kalibratie zal mislukken als de verkeerde flow-sensor is aangesloten. Bevestig de juiste flow-sensor voor uw patiënt en kalibreer de flow-sensor opnieuw.
De flow-sensor voor volwassenen/kinderen kalibreren:
- Stel de Hamilton-C1 in voor beademing, inclusief het ademhalingscircuit en de flow-sensor.
- Raak Systeem > Tests & kalibr. aan.
- Raak Flow-sensor aan. Als u de patiënt nog niet heeft losgekoppeld, zal de berichtregel “Koppel patiënt los” weergeven.
- Koppel de patiënt nu los.
- Bevestig de kalibratieadapter aan de flow-sensor wanneer daarom wordt gevraagd en draai ze 180° om zodat de adapter direct is verbonden met de slang (zoals getoond in figuur 4-1).
- Draai de flow-sensor/adapter 180° opnieuw wanneer daarom wordt gevraagd, zodat de flow-sensor direct verbonden is met de slang, en verwijder de kalibratieadapter.
- Controleer wanneer de kalibratie voltooid is of er een vinkje in het selectievakje Flow-sensor staat.
- Ga wanneer de kalibratie geslaagd is verder met andere tests of beademing.
(Figuur 4-1)
De flow-sensor is niet strak genoeg aangesloten
De dichtheidstest uitvoeren:
- Stel de Hamilton-C1 in voor beademing, inclusief ademhalingscircuit en flow-sensor.
- Klik op Systeem > Tests & kalibr.
- Raak Dichtheid aan. De tekst “Koppel patiënt los” wordt nu weergegeven.
- Koppel het ademhalingscircuit los aan de patiëntzijde van de flow-sensor. Blokkeer de open zijde van de flow-sensor NIET.
- De tekst “Maak patiëntsysteem dicht” wordt nu weergegeven.
- Blokkeer de opening terwijl u een handschoen draagt (raadpleeg figuur 4-3).
- De tekst “Sluit patiënt aan” wordt nu weergegeven.
- Sluit de patiënt aan.
- Controleer wanneer de test voltooid is of er een vinkje in het selectievakje “Dichtheid” staat .
(Figuur 4-2)
Waarschuwing: Gebruik de flow-sensor NIET langer tenzij de sensor een volledige kalibratie en dichtheidstest doorstaat.
Het “Controleer flow-sensor”-alarm is ingeschakeld
De Hamilton-C1 is overgeschakeld naar de PCV+-modus en geeft nu de interne druk van het beademingstoestel (Pvent) weer in plaats van de luchtwegdruk (Paw). Controleer de aansluiting van de flow-sensor, aangezien deze los kan zitten of onjuist bevestigd kan zijn. Sluit vervolgens een nieuwe flow-sensor aan en kalibreer deze.
Voor stapsgewijze instructies voor kalibratie, zie “De flow-sensor voor volwassenen/kinderen kalibreren” onder de subtitel “De verkeerde flow-sensor is aan de patiënt bevestigd”.
De Hamilton-C1 keert terug naar de vorige modus zodra de metingen binnen het verwachte bereik liggen.
Extreem luid/zacht alarm
Het alarm is te luid of te zacht.
Alarmvolume aanpassen
Let op: Standaard is het volume ingesteld op 5 (Volw./kind) of 3 (Neonataal).
Het alarmvolume aanpassen:
- Raak Systeem > Instellingen aan.
- Raak de knop Volume aan als het venster Volume nog niet wordt weergegeven.
- Activeer en pas de Volume-regeling naar wens aan.
- Raak Test aan om het volumeniveau te controleren. Zorg ervoor dat het volumeniveau boven het omgevingsgeluidsniveau ligt.
- Herhaal het proces indien nodig en sluit het venster.
3 opmerkingen
Hi. flow in hamilton C1 not controlled.it give up to 30 ml/m but we just need 6-8 lit/m in neonates.????
zeinab - Antwoord Deel
P&T knob will not work while patient is attached. After vent changed out, tried to reproduce and the P&T knob works fine. We have 10 Hamilton T1 vents and have used them several years. THis has only recently started to happen. Any ideas?
Mkc1 - Antwoord Deel
Hi Ci Hamilton self test failed so please help
manoj sharma - Antwoord Deel